Artikel geschreven door Frank de Neeve (Skrien) n.a.v. een duscussie tijdens het IFFR 2006 over het conserveren van smalfilm.

[laatste webpagina bijwerking 3 juni 2006]

Super 8-conservering
Teloorgang door vooruitgang

Grote groepen mensen laten momenteel hun op Super 8 geschoten babyfilmpjes overzetten naar dvd. Niemand weet echter hoe lang dvd's houdbaar zijn. Op het filmfestival van Rotterdam discussieerden professionals over het conserveren van Super 8-film. Door het verdwijnen van het printmateriaal zijn directe kopieën van kleurenfilms niet meer mogelijk. En digitaliseren is nog geen optie.

Door Frank de Neeve

Er is in ons land relatief veel kennis over Super 8, dankzij twee kleine Super 8-laboratoria
Het alternatief van compleet digitale conservering werd door de deelnemers aan de discussie verworpen

Lastig hoor, zo'n filmmaker als de Canadees Bruce Bailey. Wordt zijn werk geconserveerd, waarbij er alles aan wordt gedaan om de oorspronkelijke look van de film te herscheppen, blijkt dat Bailey liever had gehad dat zijn film op modern filmmateriaal werd geprint, met de kleuren die hij tegenwoordig mooi vindt.
Hoe ga je om met de wensen van een nog levende filmmaker? Zomaar een van de kwesties die ter sprake kwamen op de Super 8-conserveringsbijeenkomst, onderdeel van het Starting from Scratch-programma van het afgelopen International Film Festival Rotterdam. Op de bijeenkomst bogen zo'n vijftien professionals, voor de helft afkomstig uit Nederland, zich over de conservering van Super 8-film. Er is in ons land nog relatief veel kennis over Super 8 voorhanden, doordat er twee kleine Super 8-laboratoria zijn.
Aangezien films in archieven onderdeel uitmaken van het cultureel erfgoed, moeten zij geconserveerd worden. Super 8 is een omkeerfilm, wat bij het filmen in tegenstelling tot de industriestandaard 35mm geen negatief oplevert, maar een reeds ontwikkelde film. Super 8 vertonen betekent dus een kans op beschadiging van het origineel, waardoor een gedegen visie op conservering onontbeerlijk is. Daar komt bij, dat het sinds kort onmogelijk is nog een Super 8-kopie van een Super 8-kleurenfilm te maken, omdat fabrikant Kodak de Super 8-printfilm heeft afgeschaft.

Projector
Op de discussiebijeenkomst, waar filmmakers, distributeurs en vertegenwoordigers van laboratoria en archieven aanwezig waren, deden wel meer ethische vragen de ronde. Bijvoorbeeld, wat wil men conserveren bij een restauratie: alleen het beeld of meer, zoals de ervaring? Onder Super 8-gebruikers bevinden zich veel puristen. Sommigen zouden opblazen naar 35mm zelfs een gotspe vinden; Super 8 hoort volgens hen klein te worden vertoond, liefst met de projector ratelend in de zaal. Voor velen is Super 8 omhangen met nostalgie; een van de twee Nederlandse labs die Super 8-films overzet naar dvd, voegt op verzoek zelfs het ratelende geluid van een projector aan de dvd toe.
Ook de vraag wat nu precies conservering is, kwam aan de orde. Er bestaat passieve en actieve conservering: bij passieve conservering sla je de materialen op onder de beste omstandigheden. Bij actieve conservering maak je een nieuwe kopie, waarbij ervoor gekozen kan worden om die kopie verder te vertonen en het origineel veilig op te bergen. Als de filmmaker nog leeft, kan deze betrokken worden bij het conserveringsproces, en de intenties van filmmakers kunnen gedocumenteerd worden voor toekomstige conserveringen. Eén deelnemer drong aan op het gebruik van de term 'interpretatie' in plaats van 'conservering', omdat er toch altijd een subjectief element bij komt kijken.

16mm
Ludwig DraserDoor het wegvallen van de Super 8-kopieeroptie is een 16mm-kopie momenteel de meest reële mogelijkheid voor actieve conservering. Op de discussiebijeenkomst werd die optie besproken door Ludwig Draser van het Berlijnse laboratorium Andec. Volgens hem is echter alleen het Internegative 2-materiaal van Kodak goed genoeg om alle contrasten juist weer te geven. Probleem is het omkeermateriaal, zoals bijvoorbeeld Kodachrome, dat een zodanig groot contrastbereik heeft, dat het moeilijk in kopieën terug te vangen is. Draser kwam nog met een andere, relatief dure mogelijkheid: via een tussenstap op 16mm-internegative kan de film naar Super 8-positief worden geprint.
Een andere mogelijkheid is digitalisering met een digital intermediate: scannen onder hoge resolutie, softwarematig bewerken en dan terugschrijven naar film. Giovanna FossatiHet pleidooi hiervoor werd met verve gehouden door Giovanna Fossati van het Filmmuseum, maar zij vond Draser tegenover zich. Volgens hem zijn filmscanners gebouwd voor negatieffilm en is er geen scanner die het contrast en de kleurstelling van Kodachrome-omkeerfilm kan vangen. Fossati was het daar niet mee eens, maar helaas was er niemand aanwezig van Haghefilm, de conserveringstak van het Nederlandse lab Cineco, om hierop in te gaan.
Het alternatief van compleet digitale conservering werd door de deelnemers aan de discussie verworpen. Vooralsnog zijn er volgens hen geen digitale opslagmedia waarvan bewezen is dat ze de tand des tijds doorstaan, zoals film dat kan. Er zou gewacht kunnen worden totdat de digitale revolutie zover is dat films wel goed gescand kunnen worden en dat digitale opslag verantwoord is. Maar wanneer dat als enig alternatief wordt gezien, zullen vele Super 8-films lang niet te zien zijn.

Teo Hernandez
Christophe BichonEen praktisch voorbeeld van filmconservering kwam van Christophe Bichon van Light Cone. Deze Franse distributeur van experimentele films heeft een aantal Super 8-films van de overleden filmmaker Teo Hernandez in distributie en ook van de tegenwoordige eigenaar van diens films Michel Nedjar. Omdat Hernandez' films door het ontbreken van 8mm-apparatuur in de filmtheaters amper meer werden verhuurd, besloot men een tijd lang de verhuuropbrengst van Nedjars films opzij te zetten. Daardoor kon twee jaar geleden een 16mm-print worden gemaakt van de film Lacrima Christi (1980), die nu weer volop verhuurd wordt. Van Hernandez' andere films werden digitale kopieën gemaakt, wat door puristen wordt gezien als 'moord op de meester van Super 8'.
Tijdens de discussie kwam vanuit de laboratoria de vraag hoeveel behoefte er is naar Super 8-conservering, maar daar werd door de aanwezigen van het Filmmuseum niet op ingegaan. Dit was, naast de vele afmeldingen en het feit dat het gesprek slecht werd geleid, een van de zwakke punten van de discussie: niet alle kaarten kwamen op tafel. Verder was dit een lovenswaardig initiatief en is het Rotterdamse filmfestival een uitstekend podium om ook in de toekomst ontmoetingen tussen Nederlandse en buitenlandse vakmensen te organiseren.

Super 8
Doordat het relatief goedkoop was, werd Super 8 door filmfabrikant Kodak lange tijd gezien als materiaal om jonge filmmakers mee te steunen. Tegenwoordig hebben alle filmstudenten echter een eigen mini-dv-videocamera en staat de filmgigant in dat segment buiten spel. De consequentie is dat Kodak haar Super 8-activiteiten langzaam afbouwt. Wegens onvoldoende afname kwam er in 2004 plots een einde aan de levering van kleurenprintmateriaal op Super 8. Hierdoor kunnen er geen directe kopieën op Super 8 meer worden gemaakt van Super 8-kleurenfilms.
Vorig jaar maakte Kodak bekend na veertig jaar te stoppen met de productie van Kodachrome, wat door de Super 8-wereld zeer wordt betreurd. De emulsie, die een ongekend kleine korrel en dus grote scherpte had, werd ook zeer gewaardeerd om zijn aparte kleuren. Het Kodak-laboratorium in het Zwitserse Lausanne, dat als enige in Europa Kodachrome kan ontwikkelen, wordt in september 2006 gesloten.
In Oost-Europa bestaan twee bedrijfjes die zelf Super 8-films maken, maar de kwaliteit van hun emulsies wordt als discutabel beschreven. Twee kleine Duitse bedrijfjes proberen daarnaast van breder Fuji Velvia 50D-filmmateriaal zelf Super 8-film te snijden. Dat is moeilijker dan het lijkt, onder meer vanwege de gewenste constante nauwkeurigheid. Als het lukt, zou dit wel eens de vervanger van Kodachrome kunnen worden, hoewel niemand weet hoe lang deze bedrijfjes de productie dan zullen volhouden.

Met dank aan Frank Bruinsma van het Super 8 Reversal Lab

homepage home